Wat is atonaliteit?
Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.
Waar gaat dit over?
De video legt uit wat atonaliteit is en hoe componisten zoals Schönberg ervoor zorgden dat alle tonen even belangrijk werden.
Muzikale desoriëntatie — Atonale muziek is muziek die niet direct logisch klinkt. Dat deed men door veel chromatiek te gebruiken, veel halve toonsafstanden. En ook door het toepassen van bitonaliteit en polytonaliteit: twee of meerdere toonsoorten die tegelijkertijd klinken. Je raakt gedesoriënteerd. Dat geldt niet alleen voor de luisteraar, maar ook voor de uitvoerende. Weg zijn de relaties en de voorspelbaarheid uit de veilige tonaliteit. — Hoeveel had jij? Ik had zeven. Jij mag beginnen straks. Wat hebben dobbelstenen, propellers en de Villa Volta te maken met atonaliteit? De mens is gek op muziek. Lekker meeneuriën op ‘t werk of meegalmen onder de douche. Fijne opera-aria's, Altijd is Kortjakje ziek, Of die ene hit van Britney Spears. Muziek met een duidelijke melodie, met een paar pakkende akkoorden die je ook op je gitaar kunt mee tokkelen. Kortom, muziek die we begrijpen. Muziek die houvast biedt. Muziek met een heldere tonaliteit waarin een duidelijke grondtoon en een bijbehorende melodie en harmonie te horen zijn. Consonante, welluidende muziek met af en toe een dissonant. Maar dat is prima, want je weet hoe je muziek geaard is, waar je thuisklank is. Tonale muziek is dus als een huis met een stevige fundering, als een auto met vier wielen, als boerenkool met rookworst. De gelukzalige situatie die ruw verstoord werd door componisten die zich als een stel pubers gingen afzetten tegen die vaste tonaliteit. Hop! Weg met de fundering. Dag rookworst en zo'n auto, daar kan best een wiel van af. Het was 1885. Europa danste nog op ultratonale walsjes. En in de concertzaal klonken tonale symfonieën, maar Franz Liszt kwam met een Bagatelle sans tonalité. Een eerste verkenning van de Dark Side of the tonal moon. Ook Alexander Skrjabin en iets later Max Reger schurkten al tegen het tonaal-occulte aan. Dat deed men door veel chromatiek te gebruiken. Je weet wel, veel halve tonen pan, pom, pom, pom, pom. En ook door het toepassen van bitonaliteit en polytonaliteit: twee of meerdere toonsoorten die tegelijkertijd klinken. Gekkenhuis! Zoals Villa Volta in de Efteling: je raakt gedesoriënteerd. Dat geldt niet alleen voor de luisteraar, maar ook voor de uitvoerenden. Want speel een stukje Mozart en je ervaart een soort logica in de opeenvolging van akkoorden in het verloop van de melodie. Maar speel een atonale compositie en je ervaart een soort los zand. Wég zijn de relaties in de voorspelbaarheid uit de veilige tonaliteit. En deze muzikale desoriëntatie, deze ongefundeerdheid, vonden de componisten uit de vroege fase van de atonaliteit geen probleem. Want waarom zou alles rondom een vast tooncentrum en veilige consonantie moeten draaien? Arnold Schönberg en collega's Anton Webern en Alban Berg, die samen de Tweede Weense School vormden, waren klaar met dat eeuwenoude toonsysteem en vonden dat alle tonen even belangrijk waren. Het ging nu om de emancipatie van de dissonant. Musicoloog en filosoof Theodor Adorno duidde deze ontwikkeling als ‘de bevrijding van de muziek, van de dwang van de tonaliteit en daarmee de ongehinderde ontplooiing van de muzikale expressie. Wat vrije atonaliteit betreft, werd het voor driftleven van de klanken’ een bevrijding dus, waar Adorno wel een kanttekening bij plaatste: Men moest waken voor al te mechanisch componeren. Daarmee doelde hij op de twaalftoonstechniek van Arnold Schönberg. Want om te voorkomen dat je als modern atonaal componist in verleiding kwam om volgens de oude, veilige wetten ‘mooi’ te componeren, moest je gebruik maken van hulpmiddelen. veilige wetten ‘mooi’ te componeren, moest je gebruik maken van hulpmiddelen. veilige wetten ‘mooi’ te componeren, moest je gebruik maken van hulpmiddelen. De dodecafonie was zo'n middel. Je hoeft alleen maar tot twaalf te kunnen tellen. De techniek was dat je een reeks van twaalf tonen bedacht, waarbij er geen enkele toon van de chromatische toonladder meer dan één keer voorkwam. Zo was elke toon gelijk. Een soort van communistisch componeren. Het resultaat is abstracte muziek die wat unheimisch over kan komen, want unheimisch: Je mist Heim, je mist thuis, een grondtoon, een duidelijk frame. Overigens was de twaalftoonstechniek nog maar het begin, want een generatie later namen de serialisten zoals Boulez - die daar ook een boel les in heeft gegeven - en parameterisatoren, zoals Messiaen het avantgardestokje over. vlak ook de aleatoriek niet uit. Alea, de teerling is geworpen. Waarbij toeval, improvisatie en onberekenbaarheid leidend zijn. Dobbelsteenmuziek dus. Onder de atonale kapstok zijn de mogelijkheden legio, van abstracte geluidscollages, tot George Antheils Ballet Mecanique voor een bataljon pianola’s, een sirene, en een paar propellers. Ik heb het nu wel steeds over atonale muziek, maar de componisten daarvan hielden helemaal niet van die term. Want het waren met name de conservatieve critici die afkeurend schreven over het werk van bijvoorbeeld Arnold Schönberg, die met zijn Drei Klavierstücke in 1909 een avontuurlijk pad bewandelde. Schönberg en collega's spraken zich op hun beurt weer uit tegen het gebruik van dat label: ‘atonaliteit’. Dus met terugwerkende kracht wil ik hierbij dan ook mijn en onze oprechte excuses voor dat filmpje aanbieden aan deze scheppers van zoveel atonaliteit. Je gooide twaalf gek! Nee, meen je dat... nee!





