Wie was Antonín Dvořák?
Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.
Waar gaat dit over?
Video over de levensloop en muziek van Antonín Dvořák, een beroemde Tsjechische componist uit de Romantiek.
Tsjechische componist met internationale allure — Antonín Dvořák was een beroemde Tsjechische componist uit de Romantiek. In zijn muziek verwerkte hij allerlei elementen uit Boheemse volksmuziek. In Amerika kwam hij in aanraking met traditionele muziek van Afro-Amerikanen en Indianen. — daklozenopvang te maken met Antonín Dvořák? Wedden dat je deze kent: Alles klinkt mooier in het... ja, precies. Deze misschien ook wel: Zo zoet. Ja, deze ken je zeker weten: Om te huilen, zo mooi. Allemaal moois van de man wiens muziek we op NPO Klassiek volgens sommige luisteraars veel te vaak draaien: Antonín Dvořák. Je hebt zijn naam vast wel eens op een straatnaambordje in een Nederlandse componistenbuurt gezien. Onthoud dus vooral de uitspraak: Dvorzjak. Niet Dvorak of Dvordzjak. Houd het lekker authentiek Tsjechisch, net zo authentiek als het dorpje waar onze hoofdpersoon in 1841 werd geboren. Het was daar in Nelahozeves, niet al te ver van Praag, dat Dvořák het levenslicht zag. Pa was een multitalent: herbergier, slager en citerspeler en zijn vrouw deed daar lekker aan mee. Van hun veertien kinderen bereikten er acht de volwassenheid. Hun eerstgeborene was onze Antonín. De jaren in dit dorpje vormde zijn levenslange christelijke geloof, zijn liefde voor muziek en zijn treinenfetisj. Jazeker, de tsjoektsjoek boemelde regelmatig met gepast geweld over de sporen bij Nelahozeves en Antonín vond dat machtig mooi. Later zou hij op het Centraal Station van Praag een vaste treinenspotter worden, inclusief notitieblokje om de nummers van de locomotieven te kunnen noteren. Op muzikaal vlak waren het ook vormende jaren, want mede door vader Dvořák’s muzikale kant kreeg Antonín de Boheemse bangers met de paplepel ingegoten en tot op heden lusten ook wij daar wel pap van. Al snel speelde Dvořák in de plaatselijke harmonie en in de kerk. Pa zag het talent van zijn zoon en dacht: Ik moet hem klaarstomen voor een goede carrière’. Zodoende werd Antonín naar zijn oom Antonín gestuurd. Inderdaad lekker handig: wilde je wat vragen aan Antonín, reageerde Antonín en andersom, of tegelijk. Belangrijker was dat oom Antonín een goede leraar Duits wist: Antonín Liehmann. Ja, ‘Antonín waar is Antonín?’ ‘bij Antonín’. Niet te doen. Dit alles gebeurde in de plaats Zlonice. Het gebeier van de plaatselijke kerkklokken verklankte Dvořák later in zijn eerste symfonie, bijgenaamd: ‘De klokken van Zlonice’. Zijn eerste compositie was overigens de Polka pomnenka. De Vergeet-me-niet-polka. Wij hebben geen flauw idee hoe die gaat. Overigens was Dvořáks leraar Duits, ook zijn leraar orgel, piano en viool én zijn leraar hoe-moet-ik-niet-met-mensen-omgaan. Want Antonín L. was nogal agressief. Op zijn zestiende vond Dvořák een plek in Praag. Aan de orgelschool, het conservatorium maakte hij al snel indruk en ook in de Praagse etablissementen werd hij een graag gehoord musicus. In orkestverband speelde hij daar altviool. Het was trouwens dé slimme manier om livemuziek te kunnen horen, want Antonín had geen cent te makken en concertkaartjes waren boven zijn stand, dus dan maar zelf meespelen. Op zijn 23e woonde hij in een studentenhuis met vijf anderen, gezellig. Die hij af en toe kon ontvluchten als hij pianolessen moest geven. En die lessen brachten hem naast geld ook liefde. Een van zijn leerlingen was de bekoorlijke Josefina Čermakova, Dvořák verliefd natuurlijk, maar zij niet op hem, helaas. Gelukkig had Josefina nog een jonger zusje, Anna, en dat was raak. Ze trouwden en kreeg negen kinderen. In 1870 componeerde hij zijn eerste opera. Die werd pas na zijn dood uitgevoerd. Daarna kwam de opera ‘De koning en de kolenbrander’. Nou, dat werd een uitbrander van het theaterorkest, want het was totaal onspeelbaar. Naar verluidt was Dvořák te veel in de muzikale huid van zijn held Wagner gekropen. Hij reviseerde de opera en noemde die heel origineel ‘De koning en de kolenbrander 2’. Uiteindelijk heeft alleen z’n Opera Rusalka repertoire gehouden met daarin het bekende, Lied aan de Maan. Zijn eerste succes kwam met een patriottistische cantate en een pianokwintet. Johannes Brahms kreeg lucht van de Bohemer omdat Dvořák een hele stapel muziek had ingestuurd om kans te maken op een stipendium. Een hele flinke geldsom om te kunnen componeren. Nou Brahms was zeer te spreken over de stukken en Dvořák kreeg het geld waarmee hij eindelijk een echte piano kon kopen. Naast Brahms had ook uitgever Simrock lucht gekregen van de talentvolle Tsjech en na het succes van Brahms’ Hongaarse dansen vroeg Simrock Dvořák om een stel Slavische dansen. Mede dankzij die commerciële knakker van een Simrock kunnen we nog steeds wiegen of headbangen op Antoníns Slavische dansen. Rond 1880 was Dvořák internationaal bekend. Zijn muziek werd tot in Amerika gespeeld en vanuit die nieuwe wereld kwam een vraag: ‘of hij die Yankees niet even kon helpen om een muzikale identiteit te vinden’. Een Amerikaanse muziek. Mwahh dat wilde Dvořák wel. Zeker toen hij hoorde dat ze hem 25 keer meer boden dan het Praagse conservatorium hem betaalde. Zo voer Dvořák naar New York en zag hij op zijn eerste jaar aangifte daar omgerekend dik een half miljoen euro staan. Ka-ching Hij had het goed in Amerika Dvořák ontmoette er zowaar landgenoten in de Boheemse enclave Spillville in Iowa en ontdekte dat de Amerikaanse muzikale levensader stroomde door de African American en Native American inwoners. Met name de spirituals maakten indruk bij Dvořák. In zijn eigen muziek werd het een emulsie van die Amerikaanse vibes en zijn Boheemse basis. Daar in New York deed hij ook nog eens wat hij gezworen had nooit te doen. Hij schreef alsnog een celloconcert. Het werd zo'n beetje de mooiste unit die er ooit voor cello en orkest is geschreven en Amerika inspireerde hem in 1893 tot het schrijven van zijn negende symfonie, bijgenaamd ‘Uit de Nieuwe Wereld’. Die knaller hoort bij het ABC der klassieke muziek. Sterker nog, de Australische ABC riep het uit tot de beste symfonie aller tijden. Tussen de bedrijven door probeerde meneer ook nog wat treinen te spotten. Helaas mocht hij daar niet zonder kaartje in het station komen. Balen. Dan maar schepen spotten en al snel wist de gemiddelde stoombootkapitein wel wie die vriendelijke Europese knakker was en mocht Dvořák alle hoeken en gaten van zo'n aangemeerd schip zien. In 1895 voer hij er ook mee terug naar Europa. In 1901 maakte hij mee hoe zijn 60e verjaardag als een nationale feestdag gevierd werd. Drie jaar later overleed hij als gevolg van een zware griep. Nadien ging de man van het Lied aan de Maan alsnog naar de maan. Neil Armstrong had in zijn Apollo raket een bandje met de negende symfonie bij zich en verderop in het heelal zweeft de asteroïde ‘2055 Dvořák’. Hier op aard, in zijn geliefde Praag, vind je een standbeeld van de man, net als in New York trouwens. Op Stuyvesant Square kom je hem tegen, vlakbij zijn toenmalige woning. De woning die inmiddels veranderd is in een daklozenopvang. Zo zie je maar, iedereen voelt zich thuis bij Dvořák.





