Slavernij en wij in de klas
Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.
Waar gaat dit over?
De video verkennt de geschiedenis van slavernij in Suriname en hoe deze ervaringen nog steeds invloed uitoefenen op hedendaagse culturele praktijken.
Suriname — Slavernij is onlosmakelijk verbonden met de voormalige koloniën. Dat geldt ook voor Nederland en Suriname, waar verreweg de meeste tot slaaf gemaakten naar toe zijn verscheept om te werken op de plantages. Nakomelingen van tot slaaf gemaakten vertellen het verhaal van het verleden, het verzet en helden zoals Boni. En hoe de geschiedenis nog steeds deel uitmaakt van de cultuur en het leven van de mensen in Suriname. — Honderdduizenden mannen, vrouwen en kinderen leefden in de voormalige Nederlandse koloniën in slavernij, zonder rechten, zonder stem. Gedoemd om onzichtbaar te blijven. Maar hun erfenis is springlevend. Wat is er overgeleverd van de cultuur, de moed en de trots van de tot slaaf gemaakten? Suriname is van alle Nederlandse kolonies het land waar de meeste tot slaaf gemaakten naartoe zijn verscheept. De hele Surinaamse economie dreef 200 jaar lang op slavenarbeid. Presentator Evita Mac-nack, bekend van het Jeugdjournaal, reist door het geboorteland van haar moeder om te leren hoe ze in Suriname met dat verleden omgaan. Dan kwamen ze dus aan hier. Daags voordat het schip binnenkwam liep er een heraut langs. zo zou ik hem kunnen noemen. En die zegt: morgen komen er slaven aan! En dan kon je een bestelling plaatsen. Je kon mensen kopen. Ja, want ze werden jouw bezit. Zodra ze aan land waren kregen ze jouw stempel, die werden gebrandmerkt met jouw initialen en dan waren ze jouw bezit. Journalist Edwien Bodjie neemt Evita mee naar bijzondere plaatsen uit de Surinaamse slavernijgeschiedenis. Samen volgen ze de route die de slaaf gemaakten destijds moesten maken. Het is hier waar al die bomen staan. Ja, dat was vroeger allemaal aangeharkt en allemaal plantages. Ja, ja, oké, hier zie je aan weerszijde van de rivier. Waar gaan we nu naartoe? Met wie? - We gaan naar het Frederiksdorp. Het dorp was vroeger een plantage, maar nu is het een oord geworden. Er zijn nog enkele dingen waar je aan kan zien dat het een plantage was en dat er daar slaven hebben gewerkt. Frederiksdorp is nu een oord voor toeristen. De chique woningen van de Plantage directie zijn opgeknapt en je kunt er logeren. - Dit was een koffieplantage. En dan is dit de koffie droogvloer. - Hier lag allemaal koffie te drogen? - Hier lag koffie te drogen. Je ziet ook dat hij een beetje bol is en hier hebben dus heel veel slaaf gemaakten gewerkt tot soms tot laat in de avond. Maar koffie en suiker, met name suiker was een hele moeilijke oogst. Het kappen is heel zwaar, maar daarna ook het verwerken van de suikerriet stengels. Die gaan door een soort molen heen. Dat is heel gevaarlijk werk waar mensen hun vingers heel snel in de molen terechtkwamen en vervolgens hun hele arm. En dan stond er een opzichter klaar om een arm af te hakken .omdat het meer kost om de machine stop te zetten. dan om het leven te sparen van een slaaf gemaakte. Hoe hield je dat vol, zo hard werken, zo lang? Ja, nou niet dus eigenlijk. Een gemiddelde slaaf gemaakte ging twintig jaar mee ongeveer. En was dus bijna een wegwerpartikel voor een eigenaar. De wreedste straffen werden opgelegd aan mensen die besloten te vluchten van de plantage. Een plantagehouders wilde dit ten alle tijde voorkomen en toch probeerden heel wat mensen weg te komen, het ondoordringbare oerwoud in. Dat was de banjadans - Banjadans? En wat is dat? Dat is een dans die is ontstaan tijdens de slavernij. Geschiedenis leert ons dat de banjadans werd gebruikt om te vluchten. Dus dat was dan een achterliggende gedachte van onze voorouders: We gaan vluchten met de banjadans. Als je danst bijvoorbeeld. Je hebt je voeten, sowieso blote voeten, en je schuift naar achteren in het zand. Ja, dan zak je een beetje door je knieën en schuif je naar achteren. Dus geen moment gaan je voeten van de grond. Gewoon schuiven naar achteren. Op een gegeven moment draai je ook wat. Je danst geen banja, Je slingert de banja. - Slingert? Ja in het Surinaams zeggen we dat, je slingert. En als dan de plantageeigenaar zit met zijn gasten en ze drinken wijn en ze drinken alcohol. Dan word je een beetje dronken. Als je mij dan zo ziet gaan, links en rechts, links en rechts dan ga je ook uit. Je volgt het niet meer. Dus vandaar ook een slinger naar links, dan gaan ze naar rechts om en om. (hij zingt) De woorden zijn: meester als je morgen opstaat, zie je ons niet meer. Maar hij verstond niet, want zij was Surinaams en hij dus een blanke. Dus de blanke vraagt aan de opzichter: wat zingen ze? Oh ze zeggen: goedenavond, slaap lekker. Tot morgen! Dus ze dansen mooi en op een gegeven moment gaat eentje alvast weg. Vluchten als verzet tegen de slavernij. Door dit soort verhalen verpakt in een dans door te geven, hou je de slavernijgeschiedenis levend. Als je bedenkt hoe men vluchtte van de plantages, het was bijna onmogelijk, want je rent het bos in en vijftig kilometer of honderd kilometer verder, ergens in het bos zijn er groepen van. Je weet niet waar - En je werd achternagezeten door premiejagers. En de kans dat je daar gepakt wordt was heel groot. Dus de mensen die dat deden die waren echt van: Hé, ik ga die kans nemen, want mijn leven is hier toch niks waard. Het is eigenlijk de meest effectieve vorm van verzet. Vluchten van de plantage, weg uit de slavernij. Het wordt marronage genoemd en in Suriname zijn zo marron gemeenschappen ontstaan, die inmiddels tot de grootste bevolkingsgroepen van het land behoren. Marrons wisten te overleven in de bossen, maar ze leverden ook voortdurend strijd met de plantagehouders. De bekendste van hen is Boni, die vanuit de bossen ver ten oosten van Paramaribo een guerillastrijd blijft voeren. Boni groeit op in het bos. Hij leert vechten. Hij blijkt heel veel leiderschapscapaciteiten te hebben Boni wordt daarmee de leider van de groep. De hele groep wordt vanaf toen de Boni's genoemd. De Boni's - Boni was bijzonder berucht. Hij was een keiharde man en hij richtte zoveel schade aan aan plantages dat langzaam een heleboel plantages al verlaten begonnen te worden omdat men angst had voor Boni. Hij heeft tientallen jaren, zeker dertig jaar lang de plantages overvallen. - Dertig jaar lang. Dertig jaar lang en dertig jaar lang is actief jacht gemaakt op Boni. Hij was eigenlijk niet te pakken. - Boni was eigenlijk niet te pakken. Hoe hebben ze hem toen uiteindelijk kunnen doden? - In zijn slaap. Is dit Boni? - Nee, dit is niet Boni. Dit is Kwaku als Vrijheidsbeeld om alle helden die geen locatie hebben, geen beeld hebben dat ook hierbij kan. Zou u graag een standbeeld willen hebben van Boni? - Zeer zeker! Boni verdient het helemaal. En het typische is: alle landen hebben een standbeeld .voor hun helden en Boni is zo bijzonder! Het is de verzetsstrijder van de hele regio. Niet alleen voor Suriname, maar voor de hele nieuwe wereld. En die verdient een standbeeld. - Die verdient helemaal een standbeeld. In 1863 wordt slavernij eindelijk afgeschaft in alle Nederlandse koloniën, maar in Suriname volgt dan nog een periode van tien jaar verplichte arbeid op de plantages en ruim honderd jaar koloniaal bewind, maar dus formeel geen slavernij meer. In 1863 is de wet veranderd De tot slaaf gemaakte was geen inventarisstuk meer. Het was een mens met een ziel. Wij willen natuurlijk wat er gebeurd is op 1 juli 1863 de bigi spikri waka, dat mensen liepen naar het Oranjeplein. Het heette toen Oranjeplein, nu is het Onafhankelijkheidsplein, en we gingen dansen voor de koning. Maar nu gaan we dansen voor onszelf en we gaan plezier maken met onszelf. Om aan te tonen dat we nu Surinamers zijn. Hallo. - Hallo, Evita. Dit ken ik wel, Dit zijn koto's. Ik heb er ook wel eentje aangehad ooit. Geweldig! Zo leuk! - Het is eigenlijk een feestelijke outfit of niet? Ja, 1 juli is feest. Het is het gedenken, herdenken aan datgene wat afgesloten was en een nieuwe periode aangebroken. En wat doe je nu liever dan in feestelijke kleding verschijnen. En dat is dan wel zeker de koto. En wat betekende de koto voor de vrouwen in die tijd na de slavernij? Nou, als je kijkt, na de afschaffing van de slavernij, meer het eigene. Weet je, het is iets van onszelf. Het is ons niet opgedragen. Het is iets dat we zelf hebben gecreëerd. En het straalt die kracht ook uit. De kracht van wie ze eigenlijk zijn. Wat ze niet ontnomen is geworden. Echt hun identiteit. En dat zie je zeer zeker wel in die koto. Mijn moeder is een rozenknop en mijn vader is stanvaste, dat zijn twee bloemen. En de twee bloemen hebben haar gemaakt.





