De tien plagen van Egypte
Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.
Waar gaat dit over?
Video over de tien plagen van Egypte in het verhaal van Mozes en God.
Verhalen uit de Schatkist — De koning van Egypte is erg streng en houdt het volk van Mozes als slaven. Mozes wil dat hij ze vrijlaat. Dat wil de koning niet. Dan krijgt het land last van plagen. Rood water, kikkers, prikvliegen… — Er is een koning. De koning van Egypte. Ik ben de baas op aarde en iedereen moet voor mij buigen! Maar vandaag staat er iemand voor hem en die buigt niet. Een doodgewone herder met een houten staf. En hij zegt: Mijn naam is Mozes. Ik ben gestuurd door God. U houdt mijn familie en volk vast als werkslaven. Dag en nacht moeten ze van u sjouwen en zweten. Maar God wil dat u mijn familie en mijn volk vrijlaat. 'Hahahaha,' lacht de koning. Ik geloof er helemaal niks van. Alsof God zou praten tegen een vieze, ouwe herder. Hihihi. Zijn bediende gniffelt. Mozes heft zijn houten staf in de lucht. Dan gooit hij hem op de grond en de staf verandert in een slang. Ziet u? God is bij mij, zegt Mozes. Huh, de bediende houdt zijn adem in. Maar de koning wappert. Haha! Trucje! Die slaven, die blijven! Wie moet anders de vervelende klusjes doen? Weet u, zegt Mozes, God houdt van uw slaven. En hij zal alles doen om ze vrij te krijgen. Oe, ga weg, woestijnrat, schreeuwt de koning. Oech! De koning wil direct in bad. Ach, bah! Vieze herder! Hij zit heerlijk in het water. Maar als hij naar beneden kijkt, is het badwater rood. Bloed! Help, ik moet een pleister! Maar hij hoeft geen pleister. Majesteit, zegt de bediende, overal in het land is het water rood. Het stinkt naar dode vis. Uh bah! Ach, laat de slaven gaan, jammert de bediende. God doet dit. Hij waarschuwt u. Ik ben hier de machtigste, briest de koning. Ik laat mij niet bang maken. Maar een week later wordt de koning wakker. Zijn laken beweegt. Hij tilt het laken op en... Een glibberige, groene kikker! En wat zegt die? Kwak, kwak. Overal zitten kikkers. Op zijn bed, onder zijn bed, op de trap. Beneden, buiten. Door heel het land. Overal hupt en glibber het. Kwak, kwak. Oooo, hou op, schreeuwt de koning. Ik laat die slaven nooit gaan. Nooit! De kikkers verdwijnen. Maar dan... Er komen prikvliegen. Au, klinkt het door heel het land. Au! Au! De bediende smeekt de koning: Majesteit, dit is echt geen trucje. Dit is van God. De koning krabt aan zijn bulten. O, o, nietes! Hou op! Maar het wordt erger en erger. Iedereen huilt en smeekt. Ze smeken de koning om naar Mozes te luisteren. En ook zijn familie komt. En als het nog erger wordt, zegt hij eindelijk: Oh, God! Laat die vieze stinkslaven maar gaan. Ik wil ze niet eens meer. Alle slaven juichen. Hoera voor God, we zijn vrij! Samen met Mozes vertrekken ze. En de koning... Die zit op de wc. Hèhè, eindelijk rust! Bediende, roept hij. De koninklijke billen moeten afgeveegd. Maar er komt niemand. Zijn bediende is ook met Mozes meegegaan. En de koning? Nou, die moet voortaan maar zijn eigen billen afvegen. Toch? Ja! Ja!





