Medialogica in de klas | Journalisten in Gaza
Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.
Waar gaat dit over?
Video over fotojournalistiek in Gaza met focus op de risico's voor journalisten.
Mohammed Zaanoun is fotograaf en won internationale prijzen voor zijn werk in Gaza. De beelden die wij zien van de oorlog worden gemaakt door fotojournalisten als Zaanoun. Mohammed Zaanoun kan het navertellen, maar in Gaza kwamen tot nu toe ruim 200 journalisten om het leven, vrijwel allemaal gedood door Israël. In een aantal gevallen zou het om terroristen gaan, maar bewijs daarvan wordt door Israël zelden geleverd. Internationale media laat Israël niet toe tot Gaza. Zo probeerde het de beeldvorming rond de oorlog te controleren. We gaan naar Gaza, de hel op aarde. Zo omschrijven hulpverleners het leven daar. Verschillende organisaties van de Verenigde Naties slaan alarm over het gebrek aan voedsel. Volgens de VN heeft één op de drie Gazanen dagenlang geen eten doordat Israël voedselhulp tegenhoudt. Gaza is met de grond gelijk gemaakt. Beelden van het leed zetten Israël onder druk. En dus worden niet alleen foto's ter discussie gesteld, maar ook de mensen die ze maken. Volgens Israël zijn Palestijnse journalisten niet te vertrouwen omdat ze onder controle zouden staan van Hamas. Dirk Gebhardt geeft les in fotojournalistiek. De Duitser werkte zelf als fotograaf in landen als Rwanda, Soedan en Libanon. Dit is Anas Fteiha, een Palestijnse fotojournalist aan het werk in Gaza. Begin augustus verschijnt dit artikel in Bild, de grootste krant van Duitsland. Volgens Bild is te zien hoe Fteiha een foto in scène zet. Fteiha zouden mensen hebben gevraagd hun lege pannen in de lucht te houden, om zo te laten zien dat ze niets te eten hebben. wijst de president van Israël op het artikel in beeld. Volgens Gebhardt heeft Anas Fteiha niets in scene gezet. Op de website van het persbureau zien we dat de fotojournalist aan het filmen is bij de gaarkeuken. Deze beelden van mensen die voedselhulp krijgen zijn gemaakt door Anas Fteiha.





