Eus' boekenclub in de klas

Video11 minKlas 1 t/m 6Makkelijk

Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.

Eus' boekenclub in de klas, 11 min

Waar gaat dit over?

Eus' Boekenclub in de klas met gesprekken over 'Het aanwezige been' van Arnon Grunberg.

Arnon Grunberg - Het aanwezige been — In Eus’ Boekenclub brengt Özkan Akyol schrijvers in contact met bekende mensen die hun boek hebben gelezen. In deze aflevering staat het boek ‘Het aanwezige been’ centraal. In het boek staan verhalen over verleiding, verraad en verlies, en de soms verregaande gevolgen daarvan voor de mens die telkens weer vatbaar blijkt te zijn voor allerlei soorten verleidelijkheid. De leesclub, bestaande uit programmamaker Daan Boom en presentator van Buitenhof Maaike Schoon gaat in gesprek met de schrijver, Arnon Grunberg. — Hallo, ik ben Eus. Wat fijn dat je mijn boekenclub hebt gevonden. Want ja, in deze stoelen gebeurt iets bijzonders. Wij brengen schrijvers in contact met mensen die jij misschien ook kent. Bekende mensen dus. En die mensen die gaan hun leeservaring delen met de schrijver. Dat wordt dus heel spannend. Blijven kijken. Ja, elke avond gaan we over een boek praten. Het aanwezige been van Arnon Grunberg. Kent u m al? Heeft u hem al ontmoet? Net in het café? Onze leesclub nog niet. We hebben hier een van de grootste belangrijkste journalistieke talenten van heel Nederland. Maaike Schoon. En naast haar zit ja, programmamaker En ja, allround fenomeen eigenlijk. Daan Boom. Ik zat te denken aan hoe ga ik nu een verhalenbundel in een paar zinnen, twee het liefst, samenvatten? Ik bedacht van ja, het is een mooie en veelzijdige bundel die vooral het menselijk tekort ook héél goed blootlegt, denk ik. En ook wel misschien het totale, ja, de totale zinloosheid van het bestaan. Of ben ik dan te pessimistisch? - Dan ben je een pessimist. Ben ik te pessimistisch? Oké, dat is dan projectie. De absurditeit van het bestaan vind ik al wat positiever. En het surrealisme of de merkwaardigheden die zich overal schuilhouden. Hebben we dat compleet? Ja, precies. En Maaike, je hebt het gelezen? Was je bekend met het werk van Arnon? - Ja! Dat is wel een tijdje.. Ik ga heel eerlijk zijn. Even geleden. Ja, sorry. En toen las ik dit en dacht ik: vaker Arnon Grunberg lezen. Ja, en ik hoorde jullie net praten over dat verhalenbundels minder goed verkopen of zo. Ja. - Dacht ik: belachelijk. Waarom eigenlijk? Waarom lees ik niet veel vaker een verhalenbundel? Want het is veel makkelijker om je in een verhaal even te verdiepen. Omdat, ja, ook de literatuur zich moet verhouden tot de concurrentie van het algoritme. En ook wel in brede zin. Het leven denk ik, met al dan niet met kinderen en een baan. En op deze manier kon ik wel gewoon een klein beetje Arnon Grunberg tot mij nemen. Ja, en de absurditeit en de surrealiteit ook. Dus ik vond dat eigenlijk juist een pluspunt. En het begon eigenlijk al bij de bij het eerste verhaal. Er wordt een beeld geschetst van een vrouw met een buggy, met een kind, die worstelt bij een draaideur van een hotel. Je denkt ik was niet zo heel lang geleden ook zo'n vrouw, dus dan ga je dat allemaal zó invullen. Dan blijkt 2 pagina's later, dat het allemaal helemaal anders ligt. En daar tussendoor zitten allemaal van die schitterende zinnen. Het is in een vreemd land. Die vrouw is westers, denkt dat ze wat meer privileges heeft dan andere mensen, moet naar een luchthaven. Blijkt een oudere vrouw, blijkt misschien wel, weten we niet, Niet haar kind. Het is allemaal heel ingewikkeld en dat vond ik het leuke eraan. Maar hieruit kan ik concluderen dat het een aangename, opnieuw hernieuwde kennismaking was met het werk van Arnon. Het was zo, het was aangenaam alsook verontrustend. En soms ja, het Engelse woord "unnerving" is volgens mij verontrustend. Maar dan is het dus dat je af en toe denkt. Oh nee! Het was ook soms horror. - Maar dit is echt inhoudelijk. Ja dit is inhoudelijk. Laten we het over niet over de inhoud.. - Ja, oké, ik kom zo bij je terug daar. Heb je wel eens iets van Arnon gelezen?- Nee, nee nee. En ik zag er ook eigenlijk een beetje tegenop. - Waarom? Nou misschien om waar we het net over hadden? Vind je leuk he? - Ja Ja, ja, ik had toch een beeld van jou dan. En wat was dat beeld dan? - Nou, ik, ik was. Ik was bijvoorbeeld bang dat ik mezelf dom zou vinden. Ik dacht oh, dat dat wordt heel... Dat is een heel intellectueel hoogdravend boek waar ik dan iets van moet gaan vinden. Dus ik begon een beetje sceptisch. Ja, en ik vond het eh, ja, ik heb er echt van genoten. Ja? Was het niet intellectueel hoogdravend? Nee, ik vond het.... Nou, kijk, wat ik dus wel. Nou, ik vind het wel bedenkelijk. Ik denk wel dat je het intellect er aan af leest. Het is gewoon de de precisie in de juiste woorden vinden. Dat vind ik zo knap in dit boek. Maar ik, ik ja, ik hou dus van absurditeit. Ehm ja. Ik. Ik vond. Heb je daar een voorbeeld van? Je hebt het gelezen. Heb je een voorbeeld van een situatie in één verhaal? Dat je dat je dacht van ja, dit is echt absurd, Maar dat dus wel leuk. Ja ja, oké, ja, dit, dit stukje, Ja, dit vond ik heerlijk. Hij had een klant vermoord, een vaste klant, die man. Dit gaat trouwens over een kelner. Ja, en. Hij had een klant vermoord. Een vaste klant. Die man kwam drie keer per week eten. Al jarenlang. Elke keer wilde hij de specials horen en elke keer bestelde hij toch weer de spaghetti bolognese. Die ober had jarenlang voor niets de specials aan de klant verteld en het ging maar door. Hij vroeg: Bolognese? En dan zei de klant Ja, misschien, maar wat zijn de specials? Die ober voelde zich vernederd, diep gekwetst. Op een avond heeft hij de klant geliquideerd. Ja. Ja. Briljant. - Ja. Ja. Ja. Briljant. - Gaan we meteen kijken naar de schrijver. Hoe ontstaat zo'n scène, hoe ontstaat zo'n gedachte? Dit is eigenlijk een anekdote in een heel ander verhaal. - Dit is fictie he? De waarheid is ik heb het niet gefactcheckt, maar ik heb dit verhaal gehoord. Ik woon ten dele in New York. Ik eet best wel vaak buiten de deur. Ik spreek vaak met obers. Ik vind dat. Ik vind de horeca heel fijn. Ik heb dit verhaal gehoord van een ober dat dit gebeurd zou zijn. Ja, ik kijk, er gebeurt van alles. In Amerika is dit ook ter sprake gekomen dat het een heel fascinerend land is. Ook een ten dele kwaadaardig land natuurlijk. Welk land niet? Maar ja, dit, dit had zomaar. Ik kon het me heel goed voorstellen dat het gebeurd is. Maaike, heb je nog van die momenten die jou opvielen? Of of gewoon algemeen, iets wat je wilt delen? Ja, ik heb er een heel aantal. Ik heb heel veel zinnen aangestreept. We hadden het net over absurdisme. Het meest absurdistische vond ik. Aan het einde komen we een pizzabezorger tegen met een verbrijzelde kaak in een dystopische wereld denk ik. En die heeft dus in het ziekenhuis gelegen. Ik vertel dat van die stoma, omdat ik in het begin op een kamer heb gelegen met een man zonder anus en met een stoma, en die was al zijn vertrouwen in de wetenschappers verloren, ook in het ministerie. En dat kan ik me voorstellen, Want als je geen anus meer hebt, waarom moet je dan vertrouwen? Op Europa? Nou, daar mochten ze wat hem betreft een atoombom op gooien. Nou, als ik geen anus meer had, zou ik ook een atoombom op Europa willen gooien. Het is zowel absurd als heel invoelbaar. Ja. Nee. Ook ja, ja ja, - Nou ja, vind je dat niet? Ja. Ja. Nee. - Is toch invoelbaar? - Ja. Nee. Ik was zelf ook geïntrigeerd door een verhaal, namelijk over de historicus die de. De schrijver gevierd schrijver. Die mag overal over het verleden komen praten, maar die ontdekt dan dat je misschien nog meer geld kan verdienen als schrijver. O ja, weet je, ik bedoel, Daan? - Jazeker. Je weet wat hij gaat doen? - De lezer en zijn gigolo. Ja, heel goed gelezen. Ja, ja ja. Nou vertel: Wat gaat ie doen? Nou die, die schrijver, die gaat, die gaat een beetje bij schnabbelen. Ik wilde toch ook de meest vervelende vraag die je kunt stellen aan een schrijver. Nee, daarom legde ik ook bij jou. Ja die, die volgt dan nog. Maar in dit geval is het dus de schrijver. Die wordt dan uitgenodigd op van die, nou ja, dat zijn dan sowieso al denk ik een beetje schnabeltjes waar hij dan. Ja, voor twintig verdwaalde bejaarden mag hij dan z'n werk gaan voordragen. Lezingen zijn lezingen. Ja, En hij komt er dan op een gegeven moment achter dat hij misschien ook meer geld kan verdienen door met die bejaarde lezers naar bed te gaan. Ja, met de vrouwen vooral. Ja, ja ja en op met een barones of zo. Met En op die manier ook dan in aanmerking te komen voor de erfenis. Ja, ja ja. En? En toen vroeg ik me toch af in hoeverre is dit autobiografisch? Ja. - Dat is een hele goede vraag. En jij bent iemand, heb ik begrepen, die altijd heel eerlijk antwoord geeft op dit soort vragen. Dus ja. En dat biedt ook nog kansen voor het publiek vanavond. Ja. Ja. Ja ja zeker. Ja. Ja. Ja. Tenminste als ze vermogen hebben. Als er vermogen. - Ja. Ja. Nee. Daar begint het mee. Nee. Het is in zoverre ik kijk. Bij lezingen komen er ook altijd wat merkwaardige mensen op je af. En er was ook wel eens een keer, er zijn mensen die hebben tegen mij gezegd Kom bij mij thuis op een heel dwingende toon en ik ben een best wel nieuwsgierig iemand. Dus daar heb ik ook wel een paar keer gedaan. Dan kom je rare situaties terecht. - Bij een vrouw dan? Ja, maar er zat ook een man aan vast. Ze zei: oh, mijn man is boven. Oh, die is boven. Ja, die is aan het wachten. Maar toen dacht ik, er is toen niks gebeurd. Dat zeg ik echt heel eerlijk. Er is niets gebeurd. - Nooit? Maar er is toen niets gebeurd. Maar toen dacht ik wel eigenlijk als het nou als ik. Het kan ook zijn dat iemand zegt kom bij mij thuis, ik vind het niet zo aantrekkelijk. Maar als jij dan zegt nou, ik heb best wel een mooi huis en wat onroerend goed. Ik wil je opnemen in mijn testament. Ik heb niet meer zo lang te leven dat het dan toch wel. Dat je dan over je schaduw heen springt. Dacht, dacht ik ja als ja, ik heb een kind, ik heb een gezin van alles. Ook voor het kind doe ik dat, begrijp je dat? Ik dacht nou, dan zou ik, ja, dan zou ik wel te verleiden zijn. Dan ben jij game. - Ja, en voor mijn kind dat, dat moet je niet denken dat je het zegt. - Ja, dat maakt het zo mooi. Geeft dit voldoende antwoord op je vraag? Ja ja ja. Maaike, is het nog iets dat je. Want je hebt heel veel plakkertjes. Is er nog iets? Ja, ik heb de helft er ook alweer uitgetrokken. Wat ik dacht, Dat ziet er ook wel echt heel neurotisch uit. Oh ja, dat was een verhaal waar ik echt van. Dat kunnen jullie zien, die heb ik bijna helemaal aangestreept. Ja, dat ontspoorde natuurlijk weer volledig. En toen las ik het verhaal over Ellen, de kapster uit Purmerend. Die vond ik heel invoelbaar. Ik weet niet of ik de clue mag verklappen? Je mag van mij wel. Ja, die heeft het zwaar in de in de kapsalon. En dan komt er op een gegeven moment een klant binnen en die roept heel hard inhammen, inhammen En dan steekt ze er met een schaar. En toen dacht ik ja, dat had ik ook gedaan. Dus ik dacht van alle personages vind ik Ellen nog het meest menselijk. En die blijkt dan ook heel treurig dan thuis te komen te zitten. En haar vriend heeft dan een pornoverslaving en weet ik veel. Dat vond ik. Dat was eigenlijk een heel tragisch personage, Maar de meeste personages, daar hou je een soort afstand van. Maar dat is dus ook wel het mooie aan deze bundel. Het roept heel veel emoties op. Het is soms een lach, het is soms de tragiek. Dat is heel mooi samengesteld, dus bedankt daarvoor. Jullie bedankt voor het lezen. Het aanwezige been, Arnon Grunberg. Dank je wel. Nou, dat was de leesclub. Ik hoop dat jij het leuk vond of misschien wijzer van bent geworden. Ik in elk geval wel. Wij gaan vrolijk verder met EUS boekenclub. Dus blijf kijken en nog belangrijker blijf lezen.

VakTaal & spelling
ProgrammaEus' Boekenclub in de klas
Leerlijnmens & maatschappij, cultuur & geloof
Zoek in ruim 30.000 onderwijsvideo'sOp wat er letterlijk in gezegd wordt, en spring naar dat moment. Gratis, zonder account.

Vergelijkbare video's