Examen biologie - Fotosynthese (Stofwisseling)
Bron: YouTube · Niet-commercieel embed via de officiële speler.
Waar gaat dit over?
Video over fotosynthese in biologie met nadruk op examenvoorbereiding.
Kijk op https://digistudies.nl voor een overzicht van meer dan 700 video's van álle examenvakken en onderwerpen! De video's op het platform worden overzichtelijk weergegeven en in je eigen leeromgeving kun je bijhouden wat je nog moet doen voor je examens. Meer uitlegvideo's over biologie? Ga dan naar: https://digistudies.nl/havo/biologie Fotosynthese is een proces waarin lichtenergie wordt gebruikt om koolstofdioxide om te zetten in koolhydraten, zoals glucose. Aangezien dit proces essentieel is om te begrijpen voor jouw biologie-examens hebben we er een video over gemaakt. In planten vindt koolstofassimilatie plaats, waarvoor ze zonlicht gebruiken. Dat ken je vast als fotosynthese. Daarbij wordt de energie van de zon vastgelegd in de vorm van ATP. Die ATP kan de plant daarna gebruiken om andere organische moleculen te maken, zoals glucose. Fotosynthese komt alleen voor bij autotrofen. De reactievergelijking van fotosynthese ziet er als volgt uit: 6CO2+ 12H2O + E à C6H12O6 + 6H2O + 6O2. Oftewel: 6 koolstofdioxide moleculen uit de lucht + 12 watermoleculen + energie uit zonlicht wordt samen glucose, water en zuurstof. De netto fotosynthesereactie is dan: 6CO2 + 6H2O wordt C6H12O6 en 6O2. Die glucose kan de plant dan gebruiken als energie, en de zuurstof is fijn voor mensen en dieren. Fotosynthese bestaat uit lichtreacties en donkerreacties. Bij de lichtreactie worden er elektronen onder invloed van zonlicht aangeslagen. Die energie staan elektronen vervolgens af, en dit wordt gebruikt voor actief transport, dat een concentratieverschil geeft. Zo’n gradiënt kan gebruikt worden voor ATP synthese (zie vorige video als dit nog niet duidelijk is). NAD+ is de geoxideerde vorm van NADH, en beiden spelen een rol bij dissimilatie. NADP+ is de geoxideerde vorm van NADPH, en beiden spelen een rol bij assimilatie. NAD is een co-enzym dat makkelijk waterstof kan opnemen en afstaan, en komt voor in de cellen van alle organismen. De donkerreactie gebruikt energie uit ATP en NADPH om koolstofdioxide om te zetten in glucose (CO2 en C6H12O6). Deze reactie vindt niet per se in het donker plaats, maar heeft in ieder geval geen licht nódig. Dingen die een rol spelen bij hoe goed fotosynthese gaat zijn lichtintensiteit, de hoeveelheid water die beschikbaar is, temperatuur, en de hoeveelheid koolstofdioxide die beschikbaar is. Hoe goed fotosynthese gaat, of de intensiteit, wordt bepaald door de “beperkende factor”; de factor die het minst gunstig is. Planten gebruiken zonlicht en fotosynthese om energie te maken, maar sommige bacteriën kunnen uit andere bronnen energie halen. Bepaalde bacteriën kunnen organische stoffen, bijvoorbeeld koolhydraten, produceren uit water en koolstofdioxide. Doordat ze anorganische stoffen oxideren (methaan, ijzer, zwavel) krijgen ze energie. Chemosynthese is de biologische omzetting van anorganische koolstofmoleculen naar organische verbindingen. De energie die dit oplevert wordt vastgelegd in ATP. Er is dus geen zonlicht nodig voor chemosynthese, maar het is wel iets minder efficiënt dan fotosynthese. Ook worden er meer afvalproducten geproduceerd. We hebben net assimilatie besproken, maar in alle cellen komt ook nog iets voor dat daarop volgt: voortgezette assimilatie. Daarbij worden grotere moleculen opgebouwd uit glucose en andere stoffen. Voorbeelden van producten uit voortgezette assimilatie zijn aminozuren, vetten en koolhydraten. Koolhydraten worden opgebouwd uit glucose, eiwitten uit aminozuren, vetten uit glycerol en vetzuren. Voortgezette assimilatie kost energie in de vorm van ATP, en die energie haal je uit de processen van dissimilatie. Abonneer je op ons kanaal om op de hoogte te blijven van alle studievideo's die wij uitbrengen! Website - http://www.digistudies.nl/ Facebook - https://www.facebook.com/digistudies/ Instagram - https://www.instagram.com/digistudies/





