Hoe doe je onderzoek naar zware criminelen?

Video10 minKlas 4Gemiddeld

Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.

Hoe doe je onderzoek naar zware criminelen?, 10 min

Waar gaat dit over?

Dit video bespreekt het onderzoeken van zware criminelen, met focus op ethische kwesties en methodologie.

Optrekken met een bendeleider — Criminoloog Robby Roks trok jarenlang op met de oprichter van de Haagse jeugdbende de Crips. Zo kon hij van dichtbij onderzoeken hoe het eraan toe gaat in een criminele organisatie. Is hij daarbij ooit over ethische grenzen heen gegaan? — Eén van de grootste rechtszaken in Nederland ooit: het Marengo-proces. Maandag begon in een zwaar beveiligde rechtbank het inhoudelijke proces tegen Ridouan Taghi. Hij wordt verdacht van 13 moordopdrachten waarvan er zes zijn uitgevoerd. Zelf had hij er niet veel over te zeggen. Wilt u vandaag iets zeggen over de verdenkingen? Vooralsnog heb ik niks te melden. Taghi zou aan het hoofd staan van een groep verdachten die hielpen met de liquidaties. Een van hen is de president van motorclub Caloh Wagoh. Delano R., ook bekend als Keylow. Of wil je problemen? Ooit was hij leider van jeugdbende The Crips. Volgens hem niet meer dan een vriendengroep. De media maakt er een gang en een criminele organisatie van. Dat is het niet. Hoe doe je dan onderzoek naar zware criminelen? Dat bespreek ik met criminoloog aan de Erasmus Universiteit, doctor Robby Roks. Als puber luisterde hij naar hiphop en kreeg hij interesse in de straatcultuur. Daarom ging hij criminologie studeren. En ontdekte de Haagse Crips. Een gang, waarvan de leider Delano R., wordt verdacht van verschillende moorden. Hij volgde hen 12 jaar. Echt een heel gedegen veldonderzoek kun je dat noemen. Robby, welkom. Fijn dat je er bent. Leuk om hier te zijn. Delano R. zie jij ook nog steeds? Ja, hij zit nu vast. Dus het is wat lastiger. Maar ik heb hem vorig jaar twee keer bezocht. En waarom doe je dat? Waarom vind je dat belangrijk? Omdat het iemand is die veel voor mij heeft betekend. Ik heb in de loop der jaren een band met hem opgebouwd. Dus vanuit een soort loyaliteit ook wel en misschien ook wel wat opportunistischer: Ik heb dat contact, dus ik vind het ook interessant om dat te volgen. Om te kijken hoe dat verder gaat? Hoe dat zich ontwikkelt. Want dat heb je gedaan. Je hebt ook de Crips onderzocht. Dan moet je op zeker moment in contact komen met deze jongens. Met Delano R. Hoe is dat gegaan? Hoe heb je dat contact gelegd? Dat gebeurde toen ik nog criminologie studeerde. Ik las in een boek over deze Haagse Crips. Het boek Crips.nl van journalist Saul van Stapele. Achter in het boek stond een e-mailadres. Ik heb eigenlijk gewoon een heel formeel mailtje gestuurd. Naar dat adres. Geachte heer, mevrouw, ik ben Robby Roks. Ik studeer criminologie. Kan ik meer weten over een cd die bij het boek zat? Tot mijn verbazing kreeg ik de volgende dag een mailtje terug. Van een van de hoofdfiguren uit het boek, Keylow. Dat is Delano R.? Dat is Delano R. Tot op de dag van vandaag heb je dat contact. Vertel, wat wil je weten? Wat was je onderzoeksvraag? Ik ben afgestudeerd op een biografie over Keylow. Ik was geïnteresseerd in de vraag hoe hij is geworden zoals hij is geworden. Dus ik heb geprobeerd zijn leven en criminele carrière zo goed mogelijk te reconstrueren. Vooral vanuit zijn perspectief. Dus dat was de vraag die ik had. En je hebt een proefschrift geschreven. Wat was daar het belangrijkste wat je wilde weten? Verschillende dingen. Hoe de groep zich heeft ontwikkeld. En hoe die groep zich verhoudt tot de buurt waarin ze actief zijn. Maar ook hoe deze groep zich bezighoudt met de constructie en communicatie van hun identiteit. En groepsidentiteit. Sterk geïnspireerd door die stereotypische beeldvorming over de Crips uit de Verenigde Staten. Waarom vind je dat belangrijk om te onderzoeken? 1, omdat we daar in Nederland relatief weinig over weten. Het is een nieuw fenomeen waar we nog weinig over weten. Ik vond het vooral belangrijk om dit van de mannen zelf te horen. Door met hen in gesprek te gaan en die stemmen te laten horen. Stemmen die wij in het politieke discours en in de media en ook misschien in het wetenschappelijk discours te weinig nog horen. Dus van de mensen met dit leven zelf. Dus je gaat bijna inblenden in die groep, hun vertrouwen winnen. Hoe doe je dat? Want ze moeten je dingen vertellen. Ja, vertrouwen vind ik altijd een lastig concept. Het klinkt gewichtig. In het begin was ik op zoek naar vertrouwen. Maar ik merkte al snel dat ik genoegen moest nemen met getolereerd worden. Dus als ik er was, men zag me, en men besprak zaken dan was ik eigenlijk al heel tevreden. Het is altijd de vraag wanneer er dan absoluut vertrouwen is. Het is ook heel broos in dit soort contexten. Ja? Het ene moment is het er, het is ook zo weer weg. Waarom? Bijvoorbeeld omdat je iets zegt wat iemand niet aanstaat. Dan kan je erg geïnvesteerd hebben in zo'n relatie. En dan kan het ook zo weer over zijn. Ik merkte daar ook verschillen tussen mensen die ik langer heb gevolgd. Noem eens een voorbeeld van waar het moeilijker was en makkelijker ging? Bijvoorbeeld Keylow. Daar heb ik altijd een warme band mee gehad. Die introduceerde me ook bij andere mensen. Dat was echt mijn gatekeeper, zoals we dat noemen. En een belangrijke sleutelfiguur. Heel belangrijk. Anderen waren ondanks de introductie wat huiverig. Die bleven verder van me af. Die gaven niet echt antwoord als ik naar dingen vroeg. Dus je merkte duidelijke verschillen. Het werkt echt niet bij iedereen. Je moet misschien ook niet willen dat iedereen je vertrouwt. Ook hierbij is het handig. Mensen die zich actief bezighouden met criminele activiteiten. Wat was hun belang? Waarom deden ze mee? Uiteindelijk hebben ze je toch veel verteld. Waarom deden ze mee aan jouw onderzoek? Een reden was de warme introductie van Keylow. Hij was de leider en de oprichter. Waarom wilde hij meewerken? Hij is veel in de media geweest. Dat hebben we kunnen zien de afgelopen periode. Hij heeft dat altijd interessant gevonden, die aandacht. En het vereeuwigen van zijn manier van leven. Er is onderzoek gedaan door journalisten en een documentairemaker. En hij vond het ook interessant dat het door een wetenschapper gebeurde. Dat ik zijn manier van leven zo serieus nam dat ik daar eerst een scriptie en daarna een proefschrift over schreef. Dan ga je in gesprek met deze jongens. Welke andere onderzoeksmethodes heb je gebruikt? Naast kwalitatieve interviews? Methodologisch bekeken? Methodologisch was etnografisch onderzoek. Je probeert van binnenuit een beschrijving te geven van een buurt, een gemeenschap, een groep. Dus ik heb drie jaar lang veel tijd doorgebracht in deze kleine Haagse wijk. In die periode geobserveerd, interviews gehouden. Een netwerk opgebouwd. Met 150 personen. En van 60 van hen hele gedetailleerde informatie verzameld. Omdat ik ze een of meermaals heb geïnterviewd, dus echt vragenlijsten. Of omdat ik drie jaar lang heel veel tijd met ze heb doorgebracht. Tijd met ze doorgebracht. In een criminele groep. Daar gebeuren ook criminele dingen. Ben je weleens in zo'n situatie terecht gekomen dat je dacht: wat moet ik ermee? Ben ik hier nog een wetenschapper? Ja, heel direct toen ik nog studeerde. Als onderdeel van mijn afstudeerscriptie. Ik sprak altijd met Keylow buiten af. We hadden een heel ritueel. Ik belde hem op een dag. Hij zei: we zijn even aan het werk. Maar je kan hier naartoe komen. Hij nodigde me uit in een huis. Dus ik dacht: we gaan van buiten naar binnen. Als indicatief voor een groeiende vertrouwensrelatie. Maar ik kwam in die woning, ik stond in de deur, en hij glimlachte. Hij zegt: ja, we zijn aan het werk, dat zie je wel. En naast hem stond een grote tas. Hij haalde er een kleinere tas met dik farmaceutisch plastic uit. Dat zette hij, me aankijkend, op een weegschaal. En ik keek naar de weegschaal. Er zat wit poeder in die zak. Er stond 512 gram. Dat was zo'n moment dat ik dacht: wat moet ik nu doen? Wat is verstandig? Wat is veilig? Het is een onderwerp dat ik lang een beetje uit mijn publicaties heb geschreven. Niet omdat ik me schaamde, maar ik wist niet goed wat ik ermee moest. Ben ik hier een ethische grens overgegaan? Of niet? Wat kwam er uit die gedachteworsteling? Het ging in slowmotion, ik kan het nog terughalen. Ik dacht: moet ik weggaan, staat in de boeken dat ik weg moet gaan? Maar vooral ook: kan ik weggaan? Is het niet juist verdacht als ik nu zeg: Jongens, ik wil alles van jullie weten...maar dit is me een brug te ver. Kan dat? En zou het veilig zijn voor mij? Maar ook andere scenario's. Stel dat nu de politie binnenkomt. Kan ik dan zeggen: Neem ze maar mee, ze doen van alles. Ik niet, ik schrijf er een scriptie over. Zo werkt het niet. Dat komt dan niet heel geloofwaardig over. Nee. Want zijn er richtlijnen vanuit de universiteit hoe je dit soort situaties, bij veldonderzoek, hoe je daarmee om moet gaan? Richtlijnen zijn er niet zo duidelijk. Anders dan de ethische commissie die er tegenwoordig is. En de Nederlandse gedragscode voor wetenschappelijke integriteit. Dat gaat dan over transparantie, over verantwoording en over onafhankelijkheid. Maar ik heb twee fijne begeleiders gehad. René van Swaaningen en Richard Staring, die me heel goed hebben begeleid in dat proces. En die dus ook wel die ethische grenzen voor jou bewaakten? Waar ik het dus heel vaak met hen over heb gehad. Die mogelijkheid dat je met collega's het over dit soort momenten kunt hebben. En daar moeten we eigenlijk in de wetenschap en de criminologie veel meer ook over schrijven. Ook voor jonge generaties. Zodat duidelijk is. Je hoeft het niet goed te vinden wat ik heb gedaan. Maar dan kunnen we eindelijk een discussie daarover voeren. Ik kan me er wel iets bij voorstellen. Maar dat andere wetenschappers die zit te kijken van...er zijn wel een paar ethische grenzen overgegaan. Zeg jij dan van: Maar anders had ik nooit die dingen gehoord die ik heb gehoord. En waar ik achter ben gekomen. We moeten ook wel anders gaan nadenken over deze richtlijnen. Ik denk dat die richtlijnen, de ethische commissies, heel erg belangrijk zijn. Want de transparantie en de ethiek in de wetenschap is heel belangrijk. Maar ik denk dat tegelijkertijd met dit type onderzoek dat denk ik echt belangrijk is...juist om fenomenen inzichtelijk te maken waren relatief weinig over weten...dat je daar ook een soort van ruimte en vrijheid voor nodig hebt. En dat je niet alles kunt overzien en van tevoren kunt inschatten. En ik wilde van de situatie waar ik over vertelde, wegblijven. Ik heb wel altijd gezegd: Dit wil ik niet zien. En heel veel van mijn respondenten hebben dat deel ook altijd bij mij weggehouden. Daar vertelden ze mij niet over. Ook omdat het voor hen heel erg problematisch is. Dus het is wel belangrijk dat de ethische commissies er zijn. Maar die ruimte en dat vertrouwen, dat is ook belangrijk. Hou ons op de hoogte van het onderzoek dat je ongetwijfeld blijft doen. Want dit blijft natuurlijk een heel actueel en maatschappelijk groot onderwerp. Zal ik doen. Dank je wel. Robby Roks.

VakMens & maatschappij
OnderwerpMens & maatschappij organisatie & bestuur
ProgrammaAtlas in de klas
Leerlijngeschiedenis: maatschappelijke ontwikkelingennatuur en techniek
Zoek in ruim 30.000 onderwijsvideo'sOp wat er letterlijk in gezegd wordt, en spring naar dat moment. Gratis, zonder account.

Vergelijkbare video's