Het verhaal van Amsterdam in de klas
Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.
Waar gaat dit over?
De video beschrijft de armoede in 19e-eeuws Amsterdam en de rol van idealisten zoals Thorbecke, Sarphati en Van Eeghen bij het verbeteren van de stad.
Amsterdam in de 19e eeuw — In de 19e eeuw is de armoede in Amsterdam groot. De ontwikkeling van de stad staat stil. De stad moet het hebben van idealisten zoals Thorbecke, Sarphati en Van Eeghen. Samen trekken zij Amsterdam in de 19e eeuw uit het slop. — Begin negentiende eeuw telt Amsterdam ongeveer 200.000 inwoners van allerlei komaf. De helft daarvan verkeert in diepe armoede. Dit is het verhaal van Amsterdam. Aan het begin van de negentiende eeuw wordt het machtige Franse leger verslagen. Een grote troepenmacht uit heel Europa dwong Napoleon bij Waterloo op de knieën. Amsterdam bleef berooid achter met een schuld van ruim 20 miljoen gulden die ontstond doordat de Fransen hier tientallen jaren bivakkeerden op kosten van de stad en haar inwoners. Mensen leven onder erbarmelijke omstandigheden. Besmettelijke ziektes hebben vrij spel en leiden niet zelden tot blijvende fysieke beperkingen, zoals blindheid. Tijdens de genadeloze koude winters vriest het in de meeste huizen net zo hard als buiten, want brandstof kan bijna niemand zich veroorloven. Vanaf de negentiende eeuw groeit een nieuwe generatie in grote armoede op, waaronder de jonge, briljante denker Johan Rudolph Thorbecke. Een Zwollenaar uit een arm milieu door zijn vader met geleend geld naar Amsterdam gestuurd om te studeren. In de twee jaar dat hij hier studeert ziet hij een verloederde stad. Thorbecke ziet een stad bestuurd door gemakzuchtige regenten die teren op de goede naam van hun families. Voor hen geldt vooral het eigenbelang. Volgens Thorbecke is het tijd voor een nieuw soort bestuur. Niet op basis van afkomst, maar op basis van kundigheid. Bestuurders die het belang van het volk voorop stellen. Mensen zoals Thorbecke zelf. Ondanks de economische malaise zijn er nog steeds welgestelde Amsterdammers zoals deze Christiaan Pieter van Eeghen. Piet van Eeghen groeit op tot een ambitieus man vol idealen. Zoekt u uw map? En hij heeft grote plannen voor de stad. Dank je wel. Succes! Ja, dat verantwoordelijkheidsgevoel kwam ook met name vanuit die geloofsovertuiging. Hij was doopsgezind en daar is zonder geen woorden maar daden centraal. Dus hij wilde ook echt actief bijdragen aan het leven van de minderbedeelden van de stad Amsterdam. En dat waren er nogal veel. Zeker aan het begin van de negentiende eeuw. Idealisten zoals Van Eeghen waren hard nodig in een stad waar het met de meeste mensen slecht gesteld was. Het stadsbestuur bemoeide zich liever niet met armoedebestrijding. Dat was niet alleen uit politieke overtuiging. Er was door de torenhoge schulden uit de Franse tijd simpelweg geen geld voor. De rente op de schuld bedroeg 800.000 gulden per jaar. Dat was een kwart van de totale begroting. Het aflossen schoot er dus jaar in jaar uit bij in. Niet alleen de armoedebestrijding, maar de hele ontwikkeling van de stad stond daardoor al meer dan veertig jaar stil. Terwijl Duitsland, Frankrijk en Engeland in hoog tempo industrialiseren, gebeurde hier lange tijd niets. Maar uiteindelijk kwam de vooruitgang ook naar Amsterdam in de vorm van een spoorlijn, uiteraard met een station. En dat stond hier, station D’eenhonderd roe. Op 20 september 1839 vertrekt de hypermoderne trein van station D’eenhonderd roe naar Haarlem. De jonge Piet van Eeghen staat aan het begin van zijn carrière en is een van de geldschieters van de spoorwegmaatschappij. Haarlem was de eerste stap op een belangrijke route naar Rotterdam en lag niet ver van Amsterdam. De trein wordt gezien als een wonder van techniek maar er zijn ook zorgen. Het is ook een vervaarlijk monster dat met een duizelingwekkende snelheid van 38 kilometer per uur door het landschap jakkert. Als daar maar geen ongelukken van komen. Boeren met landerijen langs het spoor maken zich zorgen om die koeien. Die zouden wel eens zoveel stress kunnen ervaren dat ze geen melk meer geven. Halverwege de negentiende eeuw komt er eindelijk weer wat werkgelegenheid. Amsterdam maakt kennis met een modern betaald beroep. De vuilnisman. Een primeur voor Nederland. In 1847 gaan de eerste vuilophalers langs de deuren om huisvuil en verbrande turf op te halen. Zelfs de menselijke uitwerpselen worden vanaf nu wekelijks opgehaald. Eindelijk doet het stadsbestuur eens iets goeds, zou je denken. Maar ook dit initiatief komt niet van de overheid. Het is bedacht door deze man Samuel Sarphati, tijdgenoot en collega stadsverbeteraar van Van Eeghen. En Sarphati en Van Eeghen waren een soort concullega's, dus ze maakten zich druk om dezelfde dingen. Ze waren allebei heel sociaal bewogen. Ze hebben allebei heel veel betekend voor de ontwikkeling van Amsterdam maar ze waren ook een beetje concurrent. Maar Sarphati is een doorzetter.In zijn tijd als huisarts zag hij hoe de stad geteisterd werd door epidemieën. Zijn oplossing: hygiëne. De compost verkoopt hij als mest aan de Veenkoloniën in Groningen en Drenthe, wat weer geld oplevert voor het salaris van de vuilnismannen. Vanaf de jaren 1850, 60, 70 ontstaat er stromend water in Amsterdam. Er komt gasvoorziening, er komt elektriciteit. Allemaal nieuwe vindingen. Later in de eeuw telefonie en ook de tram de eerste paardentram, en later de elektrische tram. En aanvankelijk zijn dat allemaal initiatieven van ondernemers die zoiets beginnen in Amsterdam. En die krijgen van de gemeenteraad een concessie om voor tien of twintig jaar deze nutsvoorziening aan te bieden aan hun klanten. Dankzij het succes in de wereldhandel was Amsterdam tot de negentiende eeuw oppermachtig. Maar daar was niet veel meer van over. Ondanks de teloorgang heeft het Amsterdamse gemeentebestuur nog steeds alle macht over de stad. Totdat deze man met een verrassing kwam. De jonge student die ondertussen minister-president van Nederland is geworden. Thorbecke. Thorbecke voert een aantal drastische veranderingen door in Nederland. Met zijn nieuwe Gemeentewet wordt Amsterdam gelijkgesteld met elke willekeurige andere gemeente zoals Urk of Heeze. Geen baas meer in eigen huis. Nooit meer een soevereine macht op het wereldtoneel, maar gewoon een gemeente. Net als 209 andere gemeenten.In die rol heeft Amsterdam zich dus moeten schikken. Want ook na de Gemeentewet van 1851 maken allemaal duidelijk dat Amsterdam weliswaar een belangrijke en zeer belangrijke stad is, waaraan zeer veel waarde gehecht wordt, ook economisch nog steeds een grootmacht binnen Nederland. Maar Amsterdam was een stad geworden in Nederland die vanuit Den Haag bestuurd werd. Thorbecke beschouwt de Gemeentewet als een noodzakelijke stap voor een betere toekomst. Ook voor Amsterdam. Maar dat ziet het bestuur van Amsterdam toch net even anders. Twee Amsterdammers en de Zwolsche Thorbecke trokken de stad in de negentiende eeuw uit het slop. Sarphati kreeg een eigen park naar zich vernoemd. Van Eeghen een statige straat langs zijn eigen Vondelpark. Zelfs de Zwollenaar wint uiteindelijk het respect van de hoofdstad, want hij staat hier toch maar mooi. Premier Thorbecke op zijn eigen Amsterdamse plein.





