Het ontstaan en de inrichting van Nederland
Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.
Waar gaat dit over?
De video beschrijft de ontwikkeling en inrichting van fossiele brandstoffen in Nederland, met nadruk op steenkool, aardolie en aardgas.
Industrieel erfgoed van de 19e eeuw — Vanaf het begin van de 19e eeuw, wanneer de industriële revolutie begint, heeft Nederland behoefte aan veel energie. Die wordt gevonden in fossiele brandstoffen die bij verbranding de hitte leveren om die energie op te wekken. In eerste instantie gebruikt men steenkool uit de mijnen van Zuid-Limburg, maar later ook aardolie uit Drenthe en aardgas uit Groningen. — Het energielandschap van de twintigste eeuw ontwikkelt zich op veel gebieden in een razendsnel tempo. Door de industriële revolutie halverwege de negentiende eeuw komt er steeds meer behoefte aan fossiele brandstoffen. Steenkool zit hier bijvoorbeeld in Limburg in de grond. Vanaf de middeleeuwen wordt het al aan de oppervlakte gewonnen, maar vanaf 1899 begint men pas echt serieus met het winnen van steenkool in dit gebied. Er wordt een spoorlijn aangelegd om de kolen te transporteren en er worden meerdere mijnen geopend. Het landschap verandert aanzienlijk. Om de mijngangen te stutten is hout nodig en er worden op diverse plekken in ons land bossen van snelgroeiende grove dennen aangeplant. Ook zie je rond 1900 steeds meer van dit soort palen langs de weg met draden die elektriciteit overbrengen. Rond 1913 heeft ons land al zo'n zestig elektriciteitscentrales. De masten worden steeds groter en in 1929 worden de eerste hoogspanningsmasten in gebruik genomen. Hiermee kan de stroom over grote afstanden worden vervoerd. Het opwekken van de elektriciteit gebeurt in thermische centrales die in het begin vooral met kolen worden gestookt. Dan wordt in 1943 aardolie gevonden. Hier in het Drentse dorpje Schoonebeek en dat wordt met dit soort jaknikkers omhoog gehaald. Maar deze staat hier eigenlijk alleen nog maar voor de sier want in 1996 wordt de oliewinning hier gestopt. Het oppompen van de stroperige olie is onrendabel geworden. Bovendien heeft Nederland een nieuwe bron van energie gevonden. Aardgas. De eerste kleine gasvelden worden gevonden bij Coevorden. Maar in 1959 vindt de NAM bij het Groningse Slochteren een van de grootste gasvelden ter wereld. Heel Nederland wordt aangesloten op het gasnet. Het winnen van gas dat gebeurt zo'n 3000 meter onder de grond en je ziet er niet heel veel meer van dan hier en daar een installatie met leidingen. Het heeft dus niet zo'n hele grote impact op het landschap, zou je zeggen. Maar niets is minder waar. Door het weghalen van het gas uit de bodem is de druk in de zandsteen lagen waar het gas is opgeslagen gezakt van 350 bar in 1960 naar zo'n 70 bar nu. Daardoor daalt de bodem en beginnen er vanaf 19 91 kleine aardbevingen plaats te vinden. De bevingen worden steeds heftiger. Dan begint schade te ontstaan aan de huizen in Groningen. De overheid besluit om zo snel mogelijk te stoppen met het winnen van aardgas. Als alternatief wordt er in het begin nog gedacht aan kernenergie. Daarmee is Nederland in 1969 al begonnen met de centrale in Dodewaard en later in Borssele. Maar de problemen die het radioactief afval met zich meebrengt zijn te groot om hier serieus mee verder te gaan. 1997 wordt de centrale in Dodewaard zelfs alweer gesloten. En ook de kerncentrale in Borssele zal eind 2033 worden gesloten. Zou het die centrales net zo vergaan als de mijnen in Zuid-Limburg? Daarvan zijn na de sluiting in 1970 zo goed als alle gebouwen gesloopt en de liftschachten die zijn vol gegoten met beton. Alleen hier is nog wat over van het steenkool verleden. Het is de schacht van de Oranje Nassau mijn in Heerlen. Het is nu een museum waar je kan zien hoe het er vroeger aan toeging.





