De zonnecyclus
Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.
Waar gaat dit over?
Video over de zonnecyclus, inclusief zonnevlekken en zonnestormen.
De seizoenen van de zon — Op de zon gebeurt van alles, er zijn bijvoorbeeld zonnevlekken en zonnestormen. Wetenschappers zijn dat gaan onderzoeken en hebben een patroon ontdekt: er bestaat een druk en een rustig seizoen van de zonneactiviteit. — Vanaf ons gezien lijkt de zon altijd rustig boven onze aarde te schijnen. Maar... schijn bedriegt. Want in werkelijkheid gebeurt er van alles daarboven. In en op de zon is het heel onrustig. Dat zie je als je met speciale apparatuur kijkt. Wat je ziet zijn enorm hete gassen en magnetisch geladen deeltjes die door elkaar heen stromen. Doordat er veel activiteit is, komen er ook temperatuurverschillen voor. Zie je die donkere puntjes? Daar is net even wat minder heet dan de rest. Een zonnevlek wordt dat genoemd. In een zonnevlek bevinden zich veel magnetisch geladen deeltjes die ervoor zorgen dat er spanning opgebouwd wordt. Wordt die spanning te groot, dan volgt er een uitbarsting. In één klap ontsnappen er dan allemaal deeltjes vanuit de zon, de ruimte in. Een zonnestorm wordt dat genoemd. Sinds mensen onderzoek doen naar de zon, worden de zonnevlekken en zonnestormen goed bestudeerd. Ruimtevaartorganisatie NASA heeft een apparaat gemaakt dat alle zonneactiviteit bijhoudt. En wat blijkt? Er zit een ritme in. De zon heeft een soort van seizoenen. Met drukke periodes met veel zonnevlekken en rustige periodes met weinig activiteit. Die afwisseling wordt de zonnecyclus genoemd. Als je de metingen van de afgelopen tijd in een grafiek zet, ziet het er zo uit. Bij veel zonnevlekken is de lijn hoog, bij weinig is die laag. En zo zie je vanzelf een ritme. Een zonnecyclus duurt zo’n 11 jaar. Dat is dus bekend, maar er zijn ook nog veel vragen. Want waarom duurt de zonnecyclus 11 jaar? Kunnen de zonnestormen worden voorspeld? En welk effect heeft die activiteit precies op de aarde en de planeten in ons zonnestelsel? Door meer onderzoek te doen, meer te meten en te kijken, hopen sterrenkundigen daar in de toekomst antwoorden op te krijgen.





