De Nederlandse slavenhandel
Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.
Waar gaat dit over?
Video over de Nederlandse slavenhandel, vanaf de 17e eeuw tot 1863, met focus op de WIC en gevolgen voor Afrikaanse mensen.
Afgeschaft op 1 juli 1863 — Nederland heeft eeuwenlang slaven vanuit Afrika verscheept naar Zuid-Amerika om daar te werken op plantages. De slavernij werd officieel afgeschaft op 1 juli 1863, maar ook daarna blijft de slavernij op sommige plekken nog jaren in stand. — Ruim 200 jaar lang handelt Nederland in mensen. Dat begint in de 17e als de West-Indische Compagnie, de WIC, een deel van Brazilië afpakt van de Portugezen. Nederland heeft daar plantages, maar niet genoeg arbeiders. De WIC verovert in 1637 een belangrijke plek aan de Afrikaanse goudkust: fort Elmina, nu in Ghana, is twee jaar lang het hoofdkwartier van de Nederlandse handel in West-Afrika. Nederlanders varen er met schepen vol wapens, drank en textiel naartoe en met die spullen kopen ze slaven, Afrikanen die door Nederlandse mensenhandelaren in het binnenland zijn ontvoerd. Voor een man betalen ze zo’n 40 gulden, hij kan worden doorverkocht voor zo’n 200 gulden. In de forten worden ze vastgehouden tot ze de zee op gaan naar de nieuwe wereld. Ze krijgen een brandmerk met het WIC-logo en wachten in donkere, afgesloten ruimtes. De oversteek over de Atlantische Oceaan duurt soms wel twee maanden. De schepen zijn overvol. Een op de acht tot slaaf gemaakt en overleeft de tocht niet op. Zieken en doden worden overboord gegooid. De schepen varen vanuit de nieuwe wereld terug met wat er op de plantages wordt geproduceerd: suiker, katoen, koffie, cacao en tabak. Tussen 1650 en 1675 is Nederland verantwoordelijk voor de helft van alle slaventransporten over de oceaan. Curaçao is een belangrijke tussenstop. Vanuit daar verkopen Nederlanders de tot slaaf gemaakte Afrikanen aan andere Europeanen. Als een van de laatste Europese landen schaft Nederland op 1 juli 1863 de slavernij af. Ons land heeft dan zo’n 600.000 Afrikanen verscheept. Toch moeten sommigen in Suriname en op de Antillen nog 10 jaar gedwongen doorwerken voor ren heel laag loon. Op 1 juli vieren we het einde van de slavernij tijdens keti koti, dat betekent verbroken ketenen.





