Wanneer eindigt een werkwoord op d, t of dt?

Video1 minGroep 6 t/m 8Makkelijk

Bron: Schooltv / NTR · Niet-commercieel embed via de officiële speler.

Wanneer eindigt een werkwoord op d, t of dt?, 1 min

Waar gaat dit over?

Video over regels voor werkwoordvervoeging in de tegenwoordige tijd, met nadruk op eindingsregels voor d, t en dt.

Clipphanger — In de tegenwoordige tijd krijgen werkwoorden die je vervoegt in de tweede en derde persoon enkelvoud altijd een t. Ik loop en hij loopt. En als de stam van het werkwoord eindigt op een d, krijg je dt: ik vind, hij vindt. — Om een werkwoord te vervoegen, moeten we eerst op zoek naar de stam. Voor de stam van ‘vervoegen’ haal je gewoon even ‘en’ eraf. En deze stam is meteen ook de eerste persoon enkelvoud, dus het is ‘ik vervoeg’. Om de tweede en de derde persoon enkelvoud te krijgen hangen we simpelweg een t aan de stam: jij vervoegt, en hij vervoegt ook, en zij vervoegt zich helemaal suf. Deze regel geldt ook voor werkwoorden waarvan de stam eindigt op een ‘d’, zoals ‘branden’ of ‘vinden’: ‘ik vind’ is gewoon de stam, en ‘jij vindt’ en ‘hij vindt’ zijn stam+t. Als je dit lastig vindt, dan kan je altijd even spieken bij spieken. Het is ‘ik spiek’ en ‘hij spiekT’, dus is het ook ‘hij vindt’, dat ik spiek. ‘Snap je dit?’ ‘Jaha, je snapt dit.’ Hé, da’s gek. Het is ‘je snapT’, maar ‘snap je’, snap je? Dat is een uitzondering: als ‘je’ ACHTER de persoonsvorm komt, dan valt de ‘t’ weer weg. Snap je dit, of vind je dit gek? Misschien is het ook gek, maar het is wel fijn als je dit onthoudt. Of toch even spiekt.

VakTaal & spelling
OnderwerpTaal & spelling schrijfvaardigheidTaal & spelling taalvaardigheid
ProgrammaClipphanger
Leerlijntaalvaardigheden, spelling
Zoek in ruim 30.000 onderwijsvideo'sOp wat er letterlijk in gezegd wordt, en spring naar dat moment. Gratis, zonder account.

Vergelijkbare video's